'Het Vrouwtje Waaiman' voor stadsmuseum
publicatiedatum: do 10 februari 2011
Nieuwe aanwinst voor het stadsmuseum Woerden. Onlangs heeft het stadsmuseum Woerden, met financiële steun van het VSB-fonds Woerden, een schilderij van Jan Hendrik Weissenbruch – (1824-1903) verkregen: 'Het Vrouwtje Waaiman'. Het stadsmuseum Woerden is aardig op weg een mooie verzameling van schilders van het Groene Hart te verkrijgen.
Nieuwe aanwinst voor het stadsmuseum Woerden
Onlangs heeft het stadsmuseum Woerden, met financiële
steun van het VSB-fonds Woerden, een schilderij van
Jan Hendrik Weissenbruch – (1824-1903) verkregen:
'Het Vrouwtje Waaiman'.
Het stadsmuseum Woerden is aardig op weg een mooie
verzameling van schilders van het Groene Hart, in het
bijzonder ook van de Haagse school, te verkrijgen.
Het stadsmuseum heeft al enkele Gestels, een Roelofs, een Bauffe, verscheidene doeken van Vreendeburg en een doek van de hedendaagse schilder Ido Vunderink; nu komt er een andere grote naam bij: Jan Hendrik Weissenbruch, schilder van strand, polder, water en wolken, oer Hollands, de Haagse school op zijn best. Weissenbruch is de schilder van het tijdloze licht, van ongelooflijke blauwe steeds weer herkenbare luchten. Licht en lucht zijn bij hem de grote tovenaars. Mensen zijn veelal niet meer dan nietige inwisselbare figuurtjes, slechts een kleurtoets, een schaduw in de ruimte.
Het gaat om een afbeelding van een interieur: nu niet zo kenmerkende voor Weissenbruch Wat deed die Hagenaar – want de levenslustige Weissenbruch is zijn hele leven een echte stadsmens gebleven – in Noorden? Hij ging zoals vele schilders in de jaren '80 van de 19e eeuw, ten gevolge van de snelle uitbreiding van Den Haag (de stad zag zijn inwonersaantal in 25 jaar verdubbelen tot 200.000) op zoek naar het ongerepte Hollandse landschap. Met de lijstenmaker Sala trok hij per zeilboot er op uit; Weissenbruch samen met Roelofs, Paul Gabriël, Van de Sande Bakhuyzen en Stortenbeker naar Nieuwkoop en Noorden. En daar vonden ze het weidse inspirerende Hollandse landschap.
Over het jaartal van de eerste tocht zijn de deskundigen het niet eens. Genoemd worden 1875, maar waarschijnlijk enkele jaren later. Geslapen werd er in de herberg van Bom en later in pension Verzijden.
Het schijnt dat Weissenbruch via een zekere pastoor Knaapen in Noorden verzeild is geraakt.
Een interieurschilderij dus; we kennen overigens maar weinig interieurschilderijen van Weissenbruch, een koeienstal, zijn atelier, 'Aan het venster' en een binnenhuis (kelder). Maar vergist u niet: ook dit kleine interieurschilderij heeft kenmerkende Weissenbruch-eigenschappen: de sfeertekening, het grijpen van het moment (l'instantanéité), het bijzondere licht. Hij schildert nu eens niet buiten.
Wat doet Weissenbruch in 's hemelsnaam daar binnen in een eenvoudig huisje in de buurt van Noorden? En wie was nu het vrouwtje Waaimans?
Dit laatste weten we inmiddels, omdat achter-achterkleinkinderen uit Wilnis en Boskoop zich onlangs bij het museum hebben gemeld. Ging Weissenbruch schuilen? Ik denk het niet, want hij hield van ruig weer. Had hij soms behoefte aan vrouwelijk gezelschap? Nu dat vrouwtje Waaimans met haar hoog gesloten truttige kleding en haar al even truttige breiwerk lijkt in niets op een gevaarlijke nymfomaan. Maar misschien wijst het breiwerk wel op een hypersexuele geaardheid. Maar in schilderkunst ben ik dat symbool nog nooit tegen gekomen. We weten het echt niet.
Het is trouwens helemaal geen portret. Ik zei het al: Weissenbruch schildert mensen eerder als stoffering van zijn landschappen, hoogstens een object waar licht op valt. Het is bij elkaar desalniettemin een aardig schilderij, een aanwinst voor ons museum.
(Frans Lander, uitgesproken tijdens een middag voor de vrienden van het stadsmuseum op 6 februari 2011.)